Er was een fijnmazig netwerk van hoofddepots, depots en subdepots. Het wagenpark, dat uit paardentankwagens, honden- en handkarren bestond, was ook enorm uitgebreid. De APC beschikte over honderden trekpaarden en had een waar leger van koetsiers en staljongens in dienst. Indachtig Rockefellers credo - 'don't pay anyone a profit' - hield het bedrijf zoveel mogelijk in eigen hand. Al deze activiteiten maakten de APC tot veruit de belangrijkste marktpartij. De maatschappij wist zich een marktaandeel van 80 procent te verwerven, zodat we gerust kunnen aannemen dat al onze groot- en overgrootouders zich ooit verwarmden, verlichtten en hun potje kookten met petroleum van de APC. Toen de eerste auto's kort na de eeuwwisseling in het straatbeeld verschenen, verliep de verkoop van benzine langs traditionele kanalen. |