Het was duidelijk, men moest van de grond opnieuw beginnen. Men had natuurlijk de ervaring en loyaliteit van de medewerkers als positief onderdeel op de balans staan. En niet te vergeten de steun van de moederonderneming in de Verenigde Staten. De draad werd al snel weer opgepakt. En hoe. Tot het begin van de jaren zeventig leken de bomen tot in de hemel te groeien. De economie draaide op volle toeren. Esso speelde hier op in en investeerde fors. De rendementen waren immers verzekerd. In 1953 nam de onderneming, die inmiddels de merknaam Esso in haar bedrijfsnaam had verankerd, langs de Schelde-dokken een nieuwgebouwde ultramoderne raffinaderij in gebruik. Enkele jaren later, op het hoogtepunt van de naoorlogse groei, bouwde Esso ook in Nederland, in Rotterdam, een eigen raffinaderij. Dankzij deze investeringen was Esso zowel in België als in Nederland van een importeur in een exporteur van olieproducten veranderd. In Nederland ging Esso zich - als medeaandeelhouder van de Nederlandse Aardolie Maatschappij - na de oorlogsjaren ook bezighouden met de exploratie en winning van ruwe olie met behulp van jaknikkers rond het Drentse Schoonebeek. Na de ontdekking van de grote gasbel in het Groningse Slochteren aan het einde van de jaren vijftig verschoof het accent naar de productie, verkoop en distributie van aardgas. |