INHOUDSOPGAVE | TERUG

Brandstof van de boer

Biobrandstoffen zijn in het nieuws. Aansluitend op een richtlijn van de Europese Commissie heeft de Nederlandse regering kortgeleden besloten de bijmenging van minimaal twee procent bio-ethanol in benzine en biodiesel in gewone diesel vanaf 1 januari 2007 verplicht te stellen. De Belgische federale regering heeft in hetzelfde kader onlangs maatregelen genomen om de productie van biobrandstoffen te stimuleren. Het gebruik van biobrandstoffen is omgeven met veel onzekerheden en mis verstanden. Tien vragen en antwoorden verschaffen opheldering.

TEKST: ANTON BUYS | FOTO'S: SHUTTERSTOCK

Wat zijn biobrandstoffen?
Biobrandstoffen zijn brandstoffen die worden geproduceerd uit organisch materiaal. Gewoonlijk bestaat dit uit planten of plantaardige stoffen, maar soms ook (deels) uit dierlijke resten (zie ook vraag 8). Eigenlijk klopt de definitie niet helemaal, want fossiele brandstoffen zoals olie en aardgas zijn ook afkomstig uit afgestorven organismen en zijn striktgenomen dus eveneens biologisch. Het verschil zit in de fossilisering. Olie, gas en kolen hebben er miljoenen jaren over gedaan om te worden wat ze zijn. De biomassa die als grondstof dient voor biobrandstoffen hoeft echter niet eerst te fossiliseren, maar is direct beschikbaar voor productie. De gewassen worden verbouwd, geoogst en vervolgens geleverd aan de bedrijven die er biobrandstoffen van maken of het direct gebruiken om er bijvoorbeeld elektriciteitscentrales mee te stoken.

Welke soorten biobrandstoffen zijn er?
Er zijn allerlei soorten biobrandstoffen, maar de bekendste zijn wel bio-ethanol en biodiesel. Wereldwijd wordt bio-ethanol het meest toegepast. Dit is een met benzine vergelijkbare motorbrandstof die sinds de jaren zeventig vooral in Brazilië een hoge vlucht heeft genomen. Kort na de eerste oliecrisis (1973) besloot de Braziliaanse regering de productie van ethanol uit suikerriet fors te gaan subsidiëren. Hierdoor kon deze biobrandstof concurreren met goedkopere benzine en werd het land minder afhankelijk van olie-importen. In Europa wordt een bijzondere variant van bio-ethanol, Ethyl Tertiair Butyl Ether (ETBE), door gewone benzine gemengd om het octaangetal te verhogen. ETBE bevat ongeveer 50 procent bio-ethanol: de rest is een fossiele component; isobuthyleen. Biodiesel wint momenteel ook aan populariteit. Bovendien zijn er naast bio-ethanol en biodiesel allerlei niche- of experimentele producten die ook onder de noemer biobrandstof vallen, zoals biogas en synthesegas voor auto's die op aardgas rijden, biowaterstof, en bio methanol, net als bio-ethanol een benzinevervanger.

Hoe worden biobrandstoffen gemaakt?
Voor elk type biobrandstof bestaat een aparte productiemethode. Bio-ethanol ontstaat door het vergisten van suikers, gewonnen uit suikerriet, suikerbieten of andere koolhydraat- of zetmeelrijke gewassen zoals granen en maïs. Biodiesel wordt gewonnen uit plantaardige oliën zoals koolzaad-, soja- , palm- en zonnebloemolie en wordt gemaakt door deze oliën te laten reageren met methanol. In het algemeen worden de meest gangbare biobrandstoffen vermengd met fossiele brandstoffen. Om te voorkomen dat er technische aanpassingen aan de auto nodig zijn, gebeurt dat in relatief geringe hoeveelheden (zie ook vraag 6).

Waarom hebben we biobrandstoffen nodig?
Biobrandstoffen kunnen helpen bij het terugdringen van broeikasgasemissies. Ze hebben weliswaar met fossiele brandstoffen gemeen dat bij de verbranding het broeikasgas CO2 ontstaat – het zijn immers beide organische dus koolstofhoudende producten – maar bij gebruik van biobrandstoffen verdwijnt net zoveel CO2 in de atmosfeer als de planten tijdens hun leven via fotosynthese hebben opgenomen. Voor fossiele brandstoffen geldt dat weliswaar ook, maar dat is allemaal veel te lang geleden om het één tegen het ander te kunnen wegstrepen. Een tweede voordeel van biobrandstoffen is dat ze althans in theorie duurzamer zijn. Voor fossiele brandstoffen geldt: op is op. Voordat nieuwe fossiele brandstoffen zijn gevormd, zijn we immers een paar geologische tijdperken verder. Gewassen zaai je gewoon weer in en volgend jaar is er opnieuw een oogst.

Hoe duurzaam zijn biobrandstoffen?
Als we het alleen over het milieu-effect hebben, ligt de conclusie voor de hand dat biobrandstoffen duurzamer zijn dan hun fossiele familieleden. We moeten daar echter een aantal kanttekeningen bij plaatsen. De CO2-balans is niet neutraal. Om agrarische producten te verbouwen en de biomassa en biobrandstoffen te produceren en transporteren moet energie worden verbruikt. Die energie moet voor het overgrote deel uit fossiele brandstoffen komen, waardoor in de volledige productieketen meer CO2 wordt uitgestoten dan opgenomen. De totale CO2-uitstoot ligt daarom in vergelijking met fossiele brandstoffen 'slechts' tussen de 20 en 50 procent lager, afhankelijk van de gebruikte productiemethode. In Europa is bovendien te weinig grond beschikbaar om zelf voldoende landbouwproducten voor energiedoeleinden te kunnen produceren. Daardoor zullen we biomassa of biobrandstoffen moeten importeren, met name uit ontwikkelingslanden. Om op grote schaal over te kunnen schakelen naar de productie van biomassa zouden deze landen echter uitgestrekte landbouwarealen aan de voedselproductie moeten onttrekken of bestaande natuurgebieden moeten opofferen. Tenslotte zijn er ook zorgen over de milieu-effecten van het grootschalig gebruik van kunstmest en over de watervoorziening; in grote delen van de wereld heerst een watertekort en voor de verbouwing van de benodigde gewassen is veel water nodig.

Kunnen onze auto's zomaar op biodiesel en -ethanol rijden?
In het algemeen kunnen de huidige benzine- en dieselauto's zonder probleem rijden op een mengsel van fossiele- en biobrandstoffen, zolang er niet meer dan 10 à 20 procent biobrandstof inzit. De wettelijke percentages waarvan momenteel sprake is, blijven ruim binnen die technische norm. Als het aandeel biobrandstof in de tank verder toeneemt (boven de 20 procent) of als op nieuwe geavanceerdere biobrandstofsoorten wordt overgeschakeld, moeten de motoren worden aangepast.

Kunnen biobrandstoffen concurreren met fossiele brandstoffen?
De bio-ethanol die in Brazilië wordt geproduceerd, is volgens een studie van het Internationaal Energie Agentschap kosteneffectief bij een olieprijs van 30 dollar per vat. Voor de overige biobrandstoffen geldt dat de productie twee tot drie keer zo duur is. Om ze toch te kunnen laten concurreren moet de overheid financieel bijspringen, bijvoorbeeld door accijnzen op biobrandstoffen te verlagen of de productie te subsidiëren.

De Nederlandse regering maakte onlangs bekend dat zij het bijmengen of blenden van biobrandstoffen binnenkort verplicht zal stellen (nu is er alleen nog een fiscale stimulans). Vanaf 1 januari 2007 moet minimaal twee procent van de benzine en diesel die automobilisten tanken, uit biobrand stoffen bestaan. Vanaf 2010 zal de wettelijke norm 5,75 procent zijn. Dit zal de productiekosten verhogen en – aangezien de regering niet van plan is de fiscale compensatiemaatregelen na 1 januari 2007 te handhaven – tot hogere prijzen aan de pomp leiden. De verplichting sluit aan bij de streefwaarden die de Europese Commissie in de Richtlijn Biobrandstoffen uit 2003 heeft neer gelegd. Daarin wordt aan de EU-lidstaten gevraagd zich in te spannen om de genoemde percentages te halen voor de totale hoeveelheid benzine en diesel die op de markt komt. Onlangs bereikte de federale regering van België in hetzelfde kader een akkoord over een nieuwe wettelijke regeling voor biobrandstoffen. Daarbij werd onder meer be sloten de productie van 250.000 ton biobrandstoffen (biodiesel en bio-ethanol) per jaar fiscaal te stimuleren.

Wat is het verschil tussen biobrandstoffen van de eerste en tweede generatie?
De eerste generatie biobrandstoffen wordt gewonnen uit verbouwde voedselgewassen zoals suikerriet, bieten, maïs, koolzaad en soja. De tweede generatie is afkomstig uit typische bijproducten zoals houtpulp en stro. Biobrandstoffen (en biogas) van deze nieuwe soort hebben belangrijke voordelen ten opzichte van de eerste generatie. In de eerste plaats is de productie aanmerkelijk goedkoper; de grondstof is immers een bijproduct en er hoeft veel minder energie te worden verbruikt, doordat geen gewassen moeten worden gekweekt. Er zijn (bijgevolg) ook geen nadelige effecten op de voedsel- en watervoorziening. Het is nu al mogelijk van deze tweede-generatiebio massa biobrandstof en biogas te maken, maar de betrokken technologieën staan nog in de kinderschoenen. Grootschalige toepassing is daardoor nog niet mogelijk.

In welke sector levert het gebruik van biobrand stoffen de meeste (milieu-)voordelen op?
Het rechtstreeks gebruik van biomassa voor stroomopwekking en verwarming is het eenvoudigst en goedkoopst, doordat de grondstof niet eerst hoeft te worden omgezet in andere producten. Het energieverbruik bij de productie is daardoor ook aanmerkelijk lager en de CO2-balans dus gunstiger. Het is in het licht hiervan de vraag of het wel zo ver standig is om zoveel aandacht te concentreren op biobrandstoffen voor de transportsector. Kooldioxide waarvan de uitstoot door het gebruik van biobrandstoffen in het verkeer wordt vermeden, kost volgens een recente in samenwerking met de Europese Commissie uitgevoerde studie ca. 150 tot 400 euro per ton. Ter vergelijking: in de emissiehandel 'doet' een ton CO2 momenteel tussen de 15 en 20 euro.

Zijn biobrandstoffen op langere termijn een vol waardig alternatief voor fossiele brandstoffen?
De kosten van biobrandstoffen zijn hoog en de voordelen wegen – zeker voor de eerste generatie biobrandstoffen – nauwelijks op tegen de nadelen. Het is al met al niet aannemelijk dat biobrandstoffen op middellange termijn een substantieel aandeel in de totale energieproductie zullen krijgen. Zelfs in de meest optimistische scenario's van instellingen zoals het Internationaal Energie Agentschap spelen biobrandstoffen en biomassa tot 2030 een bijrol ten opzichte van aardgas, olie en steenkool.

 Print