'Groen mag nooit een doel op zich zijn'
Paul de Krom, VVD-tweedekamerlid
Paul de Krom (43) is sinds januari 2003 lid van de Tweede Kamer voor de VVD en woordvoerder luchtvaart, energie, milieu en ver antwoord maatschappelijk ondernemen. Na zijn studie juridische bestuurswetenschappen in Groningen werkte hij voor verschillende organisaties. Zijn directe betrokkenheid bij de energievoorziening ontstond in de periode 1991-2003, toen hij voor oliemaatschappij Shell in diverse landen actief was. Reflex sprak met het liberale parlementslid over het internationale, regionale en nationale energiebeleid, de vooruitzichten voor een nieuw klimaatverdrag en de mogelijkheden om ecologie en economie verantwoord met elkaar te verzoenen.
TEKST: ANTON BUYS | FOTO'S: STEFAN DEWICKERE

Volgens berekeningen van het Internationaal Energie Agentschap, ExxonMobil en anderen zal de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen de komende 25 jaar niet afnemen maar toenemen. Wat betekent dit voor het energiebeleid, hier en elders?
In aanmerking genomen dat het Nederlandse gas over ongeveer 25 jaar op is, moeten we nu maatregelen nemen. We dreigen door de toenemende vraag naar gas te afhankelijk te worden van importen uit instabiele regio's. Het gasconflict tussen Rusland en de Oekraïne, eerder dit jaar, heeft aangetoond dat hier grote risico's aan kleven. Ik vind daarom dat we al moeten beginnen met het spreiden van de brandstofmix. Als we bovendien de grote fluctuaties in de prijzen aan willen pakken, hebben we op korte termijn maar twee alternatieven: kernenergie en schone kolen.' 'Uiteindelijk moeten we naar duurzame vormen van energieopwekking. Maar we weten dat het nog een tijd gaat duren voordat die substantieel kunnen bijdragen aan de wereldenergievoorziening.'
Is het wel realistisch te veronderstellen dat we minder afhankelijk kunnen worden van importen. Olie hebben we altijd moeten invoeren en dat zal niet snel veranderen.
Ik pleit gezien de kwetsbaarheid van de energievoorziening voor diversificatie. Daardoor zouden we ons veel minder afhankelijk maken van een klein aantal politiek instabiele regio's zoals Iran, Rusland en het Midden-Oosten. De kolenvoorraden zijn in tegenstelling tot olie en aardgas veel breder over de wereld verspreid. Denk aan de Verenigde Staten en Europa. Voor kernenergie geldt in wezen hetzelfde, want de uraniumbronnen bevinden zich voor een belangrijk deel in het stabiele Canada en Australië.'
Uw politieke opponenten ter linkerzijde bepleiten wat zij duurzame, groene oplossingen noemen: wind, zon, biobrandstoffen. U legt andere accenten. Waarom?

We verschillen niet van mening over de noodzaak van een duurzame energiehuishouding. De vraag is alleen: wanneer kun je grootschalig duurzame energiebronnen inzetten? Neem wind. Windmolens kampen met één groot nadeel: de onbetrouwbaarheid van de "brandstof". Het waait meestal niet hard genoeg of juist te hard. Het rendement van die dingen is op zee slechts 30%. Wie zou een nieuw soort auto kopen die twee tot vier keer zo duur is als een normale auto en zes cilinders heeft, waarvan het er ook nog maar één doet. Niemand toch?' 'Doordat het rendement van windenergie zo laag is, blijf je afhankelijk van conventionele elektriciteitscentrales. Bovendien moet er miljarden subsidiegeld bij. Het Centraal Planbureau heeft berekend dat windenergie in gelijk welk scenario zeker tot 2020 niet z'n eigen broek op kan houden, tenzij we de prijzen van fossiele brandstoffen kunstmatig flink opschroeven.' 'De meeste energie gebruiken we trouwens voor het transporteren van mensen en goederen. Daar heeft de wereld vooral heel veel en steeds meer olie voor nodig. Olie die we niet zo gemakkelijk kunnen vervangen, zeker niet op korte of middellange termijn.' 'In de transportsector zijn we aangewezen op een combinatie van maatregelen. Energie-efficiëntie is het eerste antwoord. Het gaat wat dit betreft de goede kant op. We zien steeds meer hybride auto's op de weg verschijnen. Maar ook de bestaande motoren kunnen zuiniger worden gemaakt. Daarnaast moeten we doorgaan met de ontwikkeling van alternatieve brandstoffen: aardgas, schone brandstoffen uit kolen, waterstof. Dit zijn energiedragers die nu nog in de kinderschoenen staan, maar die enorm veel potentieel hebben.' 'Groen mag nooit een doel op zich zijn. Daarin onderscheidt de VVD zich van de linkse partijen. We hebben ook een goed draaiende economie nodig. Tegelijkertijd weet ik ook dat niemand zit te wachten op ongebreidelde groei. Ik wil ook met mijn kinderen een stukje in het groen kunnen fietsen. Ik wil ook schone lucht. Maar laten we niet denken dat natuur en milieu geen geld kosten. Milieubeleid kenmerkt zich door het stellen van grenzen. Linkse partijen zeggen: we moeten eens ophouden met de economische "ratrace". Wij zeggen: daar zul je dan een hoge prijs voor moeten betalen, ook in milieutermen.' 'Er wordt in de milieubeweging veel gedroomd. Ik heb niets tegen mooie dromen, maar laten we de werkelijkheid niet uit het oog verliezen.'
Wat moet er dan gebeuren?

We moeten veel meer werk maken van technologieontwikkeling, want daar ligt uiteindelijk de sleutel. Ik pleit er daarom voor om de in Nederland bestaande kennis en expertise te bundelen. Overheid, kennisinstituten en bedrijfsleven moeten beter en structureel samenwerken en zoeken naar nieuwe toepassingen in de praktijk. Daar kan de overheid financieel aan bijdragen, maar ik nodig ondernemingen ook nadrukkelijk uit mee te doen. Ik zou het heel mooi vinden als Nederland een koppositie op dit gebied zou verwerven. Grote energiebedrijven als Shell en ExxonMobil zijn hier actief; we hebben toponderzoekscentra als TNO, ECN en de TU Delft. Bovendien zijn we een belangrijk gasland en zullen dat voorlopig ook blijven.'
Technologieonderzoek is duur. Hoe breder de aanpak, hoe minder geld er is voor elk afzonderlijk project.
Uiteindelijk moeten we – overheid en bedrijfsleven samen – strategische keuzes maken, maar we mogen op voorhand niets uitsluiten. Wij politici zijn niet in staat te kiezen, zeker niet voor de lange termijn. Ik weet niet welke technologie over dertig jaar in de markt staat.'
'We moeten in ieder geval voorkomen dat we steeds van richting veranderen. Het bedrijfsleven heeft de overheid terecht verweten dat het overheidsbeleid op dit punt zwalkt. We hebben een langlopende consistente aanpak nodig.'
Maken we ons in dit verband niet te afhankelijk van overheidssubsidies?
Ik vind dat de overheid hoe dan ook een actieve rol moet spelen door te faciliteren, door ervoor te zorgen dat initiatieven van de grond komen. Daar horen ook finan ciële instrumenten zoals subsidies bij. Zo krijgen veel belovende projecten die in de beginfase onrendabel zijn, toch een kans.' 'Europa spendeert 0,1 procent van wat het jaarlijks aan energie uitgeeft aan onderzoek en ontwikkeling.
<Waarom zou je innoveren als je toch weet dat de subsidiestroom eindeloos doorgaat?>
Dat is véél minder dan wat de Verenigde Staten doet. Straks hebben zij de nieuwste technologie en zitten wij met verouderde en onrendabele productiemiddelen. Dat vind ik een schrikbeeld.' 'Maar als u bedoelt dat de overheid bepaalde technologieën niet eindeloos aan het subsidie-infuus mag hangen, dan heeft u gelijk. Het risico daarvan is namelijk dat het innovatie juist tegenhoudt, want waarom zou je innoveren als je toch weet dat de subsidiestroom eindeloos doorgaat en je winstmarges daardoor verzekerd blijven? Daarom moet je altijd subsidiëren voor een beperkte periode. Zodra blijkt dat op zich interessante vindingen het toch niet redden, moet je ophouden.' 'Subsidies moeten erop gericht zijn de leercurve door te trekken. Ons beleid doet dat nog onvoldoende. We hebben daardoor bakken met geld weggegooid.'

De onderhandelingen over een nieuw klimaatverdrag zijn begonnen. Hoe denkt u dat het verder moet na 2012?
Op mijn verzoek heeft het kabinet laten uitrekenen wat er moet gebeuren om 30 procent minder broeikasgas uit te stoten. Het Centraal Planbureau heeft daarbij vastgesteld dat die doelstelling alleen maar haalbaar is als aan twee voorwaarden is voldaan: er komt een wereldwijd systeem van emissiehandel en iedereen doet mee. Als dat niet gebeurt, lopen de kosten tot astronomische hoogten op. Mijn stelling is dan ook: we moeten het in Europa niet alleen willen doen; dat heeft geen enkele zin. Het aandeel van Europa in de totale CO2-uitstoot is daarvoor met 14 procent te laag. Door met name de groei in India en China zal het zelfs terugzakken naar ongeveer 10 procent. En dan zouden wij in ons eentje dit probleem moeten gaan oplossen?'
In Brussel zegt men dat Europa het goede voorbeeld moet geven.
Dat doet me denken aan de dominee die in de marge van zijn preek schrijft: "slecht argument, hard uitspreken". Kan iemand mij uitleggen waarom wij miljarden moeten besteden om het hoog hangende fruit te plukken – het laaghangende fruit is immers al weg – terwijl 90 procent van de reductie van elders moet komen?'
Omdat als wij het niet doen, zij het zeker zullen laten?
Vind ik geen overtuigend argument. Waarom heeft Rusland Kyoto getekend? Echt niet omdat Europa op de kansel stond te preken. Het ging en gaat om de knikkers. Dat opgeheven vingertje brengt ons niet verder. Kortom, ik pleit voor een wereldwijde coalitie.'
Dat kan nog knap lastig worden. Juist de ontwikkelingslanden hebben momenteel andere vooral economische prioriteiten.
We moeten daarom naar een win-win-aanpak streven. Wij moeten die snel groeiende economieën helpen met investeringen en technologie, ook al omdat dat in milieutermen het meest oplevert. Aan de andere kant vind ik dat we van die landen ook iets mogen vragen. Als we iets van ontwikkelingssamenwerking hebben geleerd, dan is het dat het eenzijdig afkopen van schuldgevoel niets oplevert. Maar als een vervolg op Kyoto onverhoopt niet mocht lukken, dan moeten we een ander spoor volgen. De VS en Azië zijn daar al mee bezig via het Asian-Pacific Pact, dat is gericht op kennisontwikkeling en technolo gieoverdracht. Europa doet hier nog niets aan en zit vast in een tunnelvisie: Kyoto II of anders niets. Dom. Ik heb altijd geleerd dat je een fall-back-strategie moet hebben.'
|